Weg met de flexfactor!

7 min

 

Weg met de flexfactor!

Hoe stel je de capaciteit van een kantoor vast? De flexfactor is outdated volgens SWP-expert Jan Gerard Hoendervanger. In deze blog schets hij de contouren van een nieuwe benadering.

Sinds de introductie van flexibele werkplekconcepten hanteren we flexfactoren (ook wel delingsgraden of werkplekratio’s genoemd) met de formule: x werkplekken voor y medewerkers (waarbij x < y). Eigenlijk is dat altijd een worsteling geweest, omdat zowel de teller als de noemer zich lastig laat definiëren*. Het is zoiets als ‘appels gedeeld door peren’, waarbij allerlei soorten en maten van beide vruchten worden gebruikt. Met veel nattevingerwerk, miscommunicatie en misleidende benchmarks tot gevolg. In het post-coronatijdperk wordt het alleen maar problematischer, door toenemende mogelijkheden om plaats- en tijdonafhankelijk te werken én door de  vervagende grenzen van/tussen organisaties. Daarom zeg ik: laten we afscheid nemen van de flexfactor en een betere manier ontwikkelen om de capaciteit van een kantoor af te stemmen op de behoefte van een gebruikersgroep.

Problematiek van de teller: wat is een werkplek?

Vroeger was het simpel: iedere medewerker kreeg een eigen bureauwerkplek, het onderscheid zat in de compartimentering (van eenpersoons tot meerpersoons tot kantoortuin) en de aanvullende voorzieningen zoals kasten en overlegplekken. Al het andere was bedoeld voor gezamenlijk gebruik en werd vaak toegevoegd in  het Programma van Eisen op basis van ‘zoveel stuks per zoveel werkplekken’ (= gebruikers).

Activiteitgerelateerde concepten gaan er vanuit dat mensen afwisselend verschillende typen werk- en overlegplekken gebruiken: (bureau)werkplekken met meer of minder privacy (open/gesloten; alleen/samen), waar je kort- of langdurend, staand en/of zittend kunt werken en wel of niet kunt (video)bellen, plus plekken voor uiteenlopende vormen van sociale interactie – van bila’s tot board meetings, informeel of formeel, gericht op kennisoverdracht, brainstormen, reflectie of besluitvorming, staand en/of zittend. Variëteit en keuzevrijheid zijn cruciaal om zo’n concept goed te laten functioneren.

Maar welke plekken tel je dan mee, bij het berekenen van de flexfactor? Alleen de arboproof bureauwerkplekken? Of ook de aanlandplekken die voor kortdurend gebruik zijn bedoeld? En de overige plekken, die maken toch ook onderdeel uit van het palet waar de medewerkers uit kunnen kiezen en daar brengen zij toch ook een substantieel deel van hun kantoortijd door? In de huidige normen voor de kantoren van de rijksoverheid (Fysieke Werkomgeving Rijk, FWR) tellen de communicatieplekken, zoals stoelen in een vergaderruimte, voor 50% mee. Dit is zuiverder dan alleen de (bureau)werkplekken meetellen, maar in de praktijk ook een bron van verwarring. Ik ben benieuwd of/hoe dit wordt aangepast in de nieuwe FWR die momenteel wordt ontwikkeld.

Wat ik zelf tot nu toe maar doe, is het benoemen van verschillende cijfers naast elkaar: het aantal arboproof bureauwerkplekken, het aantal werkplekken (inclusief aanlandplekken e.d.) en het aantal zitplaatsen (inclusief vergaderstoelen, zitjes in sociale ruimten e.d.). Dan is tenminste duidelijk waar je het over hebt en dat het gaat om verschillende deelverzamelingen van het geheel aan plekken. Dit is vaak verhelderend, bijvoorbeeld bij een discussie die steevast wordt opgeroepen door de hypothetische vraag ‘wat als iedereen op dezelfde dag naar kantoor gaat?’

Problematiek van de noemer: hoeveel gebruikers?

De tijd dat een kantoor een vastomlijnde groep gebruikers kende, die er in principe dagelijks, gelijktijdig werkten, ligt al ver achter ons. In de begintijd van de flexibele werkplekconcepten en ‘Het nieuwe werken’ werd vooral gewezen op afwezigheid ten gevolge van deeltijdcontracten, verlof en ziekte, plus ‘ambulante functies’ zoals vertegenwoordigers en adviseurs. In plaats van het aantal ‘koppen’ gingen we rekenen met het aantal fulltime equivalenten (fte’s). En we gingen een lagere flexfactor hanteren voor functies met een hoge ‘externe mobiliteit’.

Dat lijkt een logische zet, als je kijkt naar de gemiddelde aanwezigheid c.q. vraag naar werkplekken. Maar de feitelijke aanwezigheid fluctueert, vaak volgens het bekende ‘dromedaris patroon’, met pieken op de dinsdag en donderdag. Een meer gelijkmatige spreiding over de week is vanuit efficiënt kantoorgebruik gewenst, maar in de praktijk werken weinig deeltijders op woensdag en vrijdag en zijn medewerkers juist geneigd om naar kantoor te gaan wanneer ze daar veel collega’s kunnen treffen. Het gevolg is dat we zijn gaan rekenen met een soort marges bovenop de ‘theoretisch-minimale flexfactor’ (gebaseerd op de verwachte gemiddelde aanwezigheid). Het werd er niet transparanter op werd en eerlijk gezegd ook steeds meer een kwestie van nattevingerwerk.

Bovenop deze complicaties komt nog een lastige vraag die steeds die steeds belangrijker wordt: hoe tellen we de mensen mee die niet in vaste dienst bij de organisatie werken, maar wel gebruikmaken van de werkomgeving? Het gaat bij de meeste organisaties allang niet meer om een overzichtelijk en stabiel aantal stagiaires en uitzendkrachten, maar om een flexibele schil die in omvang varieert (vandaar ‘flexibel’) en soms zelfs groter is dan de vaste kern. Denk ook aan klanten, leveranciers en andere samenwerkingspartners, die niet meer slechts af en toe voor een bespreking op bezoek komen, maar soms volwaardig participeren in projectteams en dus gebruik maken van de volledige werkomgeving. Er komen niet alleen (semi-) externe gebruikers bij in jouw werkomgeving, het omgekeerde fenomeen neemt ook toe: medewerkers die een deel van hun werktijd op andere locaties werken, zoals het kantoor van een klant, leverancier of andere samenwerkingspartner. Of bij een van de inmiddels vele coworking spaces, dichtbij hun huis. Hoe verdisconteer je het vervagen van de grenzen van/tussen organisaties in de noemer van de flexfactor? En dan heb ik het nog niet eens gehad over de groei/krimp/fluctuatie die op langere termijn zeer relevant kan zijn, maar notoir slecht valt in te schatten.

De hybride werkelijkheid als druppel

Het ‘hybride werken’ voegt een nieuwe dimensie toe die wat mij betreft de emmer met complicaties die aan de flexfactor kleven doet overlopen. De nieuwe realiteit is/wordt dat de primaire werkplek voor een deel van de mensen hun thuiswerkplek is, terwijl het voor een ander deel de werkomgeving op kantoor is. Het inschatten van deze tweedeling, in relatie tot enerzijds individuele behoeften en mogelijkheden en anderzijds sturing vanuit management en afspraken binnen teams, is cruciaal. Het bepaalt namelijk niet alleen de kwantitatieve maar ook de kwalitatieve behoefte aan werk- en overlegplekken op kantoor. Omdat thuiswerkers daar alleen/vooral naartoe gaan om collega’s te ontmoeten, kun je een versterking van de piekpatronen verwachten. Tegelijkertijd wordt de standaard bureauwerkplek een steeds minder valide teleenheid, omdat deze mensen hoofdzakelijk andersoortige plekken gebruiken.

Capaciteit als nieuw uitgangspunt

Veel beter dan een flexfactor is het volgens mij om de capaciteit van de werkomgeving centraal te stellen. Die kun je helder en voor iedereen begrijpelijk definiëren als: het aantal mensen dat op een verantwoorde manier gelijktijdig gebruik kan maken van de werkomgeving. Dit kun je toepassen op een heel gebouw, maar ook op een etage, een vleugel of een ‘vlek’. Eigenlijk niets anders dan wat volstrekt gebruikelijk is voor restaurants, theaters, zwembaden etcetera. De capaciteit is bepalend voor de benodigde primaire gebruiksruimten, maar ook voor de ondersteunende voorzieningen, de vluchtwegen en de ventilatiecapaciteit.

Maatgevend voor ‘verantwoord gelijktijdig gebruik’ van zo’n omgeving is dat de gebruikers geen crowding (gevoel dat het te druk is, waardoor je niet meer goed/prettig kunt werken) en juist wel een zekere mate van keuzevrijheid ervaren (zodat je optimaal kunt werken en zo nodig van plek kunt wisselen). Het op deze manier bepalen van de capaciteit vraagt deskundigheid, waarbij vuistregels voor het vloeroppervlak per aanwezige persoon kunnen helpen. Die vuistregels kunnen we bovendien gaan aanscherpen, als we niet alleen gaan programmeren maar ook gaan monitoren/evalueren op basis van capaciteit; laten we de gebruikerservaring gaan meten in relatie tot aantal gelijktijdige gebruikers.

Dynamische afstemming van vraag en aanbod

Zijn we er dan? Nee, want de allerlastigste vraag resteert: Welke capaciteit is nodig om een bepaalde organisatie/populatie te faciliteren? Zoals hiervoor beschreven, is het antwoord steeds meer afhankelijk van veel verschillende, dynamische en deels ongrijpbare factoren. Het heeft volgens mij weinig zin om nog meer energie te steken in beter-onderbouwde inschattingen. We moeten leren omgaan met een minder eenduidige relatie tussen gebouw en gebruikerspopulatie. Dat betekent:

  • Sturen en communiceren op basis van de gegeven capaciteit van de werkomgeving.
  • Monitoren hoeveel mensen gelijktijdig gebruik maken en bijsturen wanneer het te druk wordt.
  • Het gebruik van populaire plekken reguleren via een doordacht en gebruikersvriendelijk reserveringsssysteem.
  • Creatief zoeken naar combinaties van groepen met complementaire gebruikspatronen (denk aan een adviesbureau dat juist op vrijdag z’n drukste kantoordag heeft).
  • Capaciteit afstoten of aanvullende gebruikers ‘werven’ wanneer er sprake is van structurele onderbenutting.

Dit alles vraagt een andere rol en mindset van de workplace manager, een verschuiving van ‘de organisatie faciliteren door middel van een passend gebouw’ naar ‘mensen ondersteunen in hun werk met een breed en flexibel te gebruiken aanbod van werklocaties en –plekken’. Van de gebruikers vraagt het ook een verandering, namelijk dat zij hun werkpatronen waar nodig afstemmen op de beschikbaarheid van faciliteiten en de werkpatronen van anderen (bijvoorbeeld: op vrijdag kun je perfect ongestoord individueel werken op kantoor, terwijl de dinsdag juist heel geschikt is voor samenwerking en bijpraten met collega’s). In deze nieuwe context hebben we de flexfactor niet meer nodig.

[1] Theo van der Voordt (2005). De flexfactor opgeschoond. Center for People and Buildings. https://www.cfpb.nl/kennis/publicaties/de-flexfactor-opgeschoond/

Delen:

Meer nieuws

Een kijkje achter de schermen

Een kijkje achter de schermen

donderdag 9 april

Hare Majesteit Koningin Máxima bracht woensdagmiddag 1 april een werkbezoek aan Vepa in Hoogeveen. Daar kreeg zij ...

Lees meer

Whitepaper: Circulaire totaalinrichting

Whitepaper: Circulaire totaalinrichting

donderdag 9 april

Een schonere wereld met zo min mogelijk afval en daarmee bijdragen aan een circulaire economie, dat is waar OPNIEUW! naar ...

Lees meer

Een doorlopend proces zonder eindstreep

Een doorlopend proces zonder eindstreep

woensdag 8 april

Tijdens SWP op Locatie bij provincie Gelderland werden bezoekers meegenomen in het werkconcept. Hierin werd duidelijk dat ...

Lees meer

Dit systeem creëert elke dag een passend kantoor

Dit systeem creëert elke dag een passend kantoor

dinsdag 7 april

Na jaren van ontwikkeling binnen de muren van het kantoorconcept Mr. Green Offices, werd vorig jaar de knoop doorgehakt: ...

Lees meer

Fellowes investeert in nieuw kantoor met showroom

Fellowes investeert in nieuw kantoor met showroom

dinsdag 7 april

Fellowes Contract Interiors (voorheen Filex Workspace Solutions) gaat verhuizen naar een nieuw kantoor op een unieke locatie ...

Lees meer

Projecten sneller en beter door fysiek samenwerken

Projecten sneller en beter door fysiek samenwerken

donderdag 2 april

Drie jaar na het uitbrengen van acht aanbevelingen voor de werkplek van de toekomst door het College van Rijksbouwmeester ...

Lees meer

Nieuwe partner bij Smart WorkPlace: OPNIEUW!

Nieuwe partner bij Smart WorkPlace: OPNIEUW!

woensdag 1 april

Een nieuwe partner heeft zich aangesloten bij Smart WorkPlace: OPNIEUW! Een kennispartner op het gebied van totaalinrichting ...

Lees meer

'Het is belangrijk dat iedereen elkaar vooruithelpt'

'Het is belangrijk dat iedereen elkaar vooruithelpt'

dinsdag 31 maart

De WorkPlace Xperience (WPX) komt steeds dichterbij, met veel aanmeldingen en een gevarieerde lijst partners. Ook ISS is ...

Lees meer

Deze werkplek beweegt mee

Deze werkplek beweegt mee

dinsdag 31 maart

Hoe ziet een werkomgeving eruit als je deze niet eenmalig inricht, maar continu blijft verbeteren? 

Lees meer

Nederland recyclekampioen?

Nederland recyclekampioen?

maandag 30 maart

Nederland heeft zich in de aanloop van de Global Recycling Day en de Week van de Ciruclaire Economie gepresenteerd als recyclekampioen. ...

Lees meer

E-zine Smart Buildings

E-zine Smart Buildings

donderdag 26 maart

De werkomgeving verandert in een razendsnel tempo. Er is meer aandacht voor de toekomst, wordt bewuster gebruikt en efficiënter ...

Lees meer

Klankruimtes met inhoud

Klankruimtes met inhoud

woensdag 25 maart

Fabromont Kugelgarn mag zich al sinds 2009 trotse partner noemen van de Hoogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). En tot ...

Lees meer

'Een project waar we trots op zijn'

'Een project waar we trots op zijn'

woensdag 25 maart

Het bedrijf Vepa is een innovatief en duurzaam project aangegaan met Royal Talens in Apeldoorn. Een project waarin duurzame ...

Lees meer

SWP Talks #72: Duurzaamheid als gezamenlijke reis

SWP Talks #72: Duurzaamheid als gezamenlijke reis

dinsdag 24 maart

In deze podcast, onder leiding van Wim Kooyman van Smart WorkPlace, vertellen Egbert Bos, contractmanager bij Gispen en ...

Lees meer

City Table XL Gemeente Den Haag

City Table XL Gemeente Den Haag

maandag 23 maart

Op woensdag 15 april 2026 vindt de City Table XL plaats bij de gemeente Den Haag in het Stadhuis. Tijdens dit event gaat ...

Lees meer

Keynote Rick Porcelijn: 'Een levensveranderende reis'

Keynote Rick Porcelijn: 'Een levensveranderende reis'

donderdag 19 maart

Tijdens de WorkPlace Xperience (WPX), die plaatsvindt op 20 en 21 mei in de Jaarbeurs Utrecht, geeft Rick Porcelijn een ...

Lees meer

SWP op Locatie: programma bekend

SWP op Locatie: programma bekend

woensdag 18 maart

Volgende week woensdag 25 maart is het zover, SWP op Locatie bij Provincie Gelderland. De Provincie laat zien wat het betekent ...

Lees meer

Nederlandse finalist in duurzame kookwedstrijd

Nederlandse finalist in duurzame kookwedstrijd

dinsdag 17 maart

Op 24 maart 2026 nemen finalisten uit acht landen in London deel aan de Grand Finale van Cook for Change!, Sodexo’s ...

Lees meer

Last call: nomineer voor de ISS Awards

Last call: nomineer voor de ISS Awards

dinsdag 17 maart

Smart WorkPlace en ISS reiken in 2026 de ISS WorkPlace Manager of the Year en de ISS Talent of the Year uit. De awards zetten ...

Lees meer

Toenemende flexibiliteit in de werkomgeving

Toenemende flexibiliteit in de werkomgeving

dinsdag 17 maart

De werkomgeving blijft continu in beweging. Organisaties hebben steeds meer behoefte aan flexibiliteit, het delen van werkplekken ...

Lees meer

Terug naar boven